Dierenkliniek Hulst
17 december 2017

De kat


Gedragsproblemen

Ongewenst gedrag:
- Sproeien
- Plassen, ontlasting doen buiten de bak
- Krabben
- Agressief gedrag
Normaal kattengedrag
Sproeien en krabben behoren tot een natuurlijk katttengedrag. Het is voor de kat een manier van territoriumafbakening, een manier om zich te uiten, het geven van berichten naar soortgenoten, een uiting van aanwezigheid en dominantie. Dit gedrag kan toenemen onder stress situaties. Voorbeelden van een stresssituatie voor de kat zijn: een nieuw familielid (kindje), overbevolking, ander meubilair, vakantieverblijf, nieuwe kat, herinrichting huis, omgeving etc.
Andere stress-uitingen buiten sproeien en krabben zijn anorexie, niet spelen, veel miauwen, agressie, geen sociaal contact. Door het sproeien brengt de kat geurstoffen (feromonen) in de omgeving. Deze feromonen zijn berichten aan andere katten. In de urine zijn dit negatieve berichten, een teken dat een kat zich niet goed voelt of gestresst is. Reukstoffen afgeven door het gezicht van de kat (kopjes geven aan de omgeving) zijn positieve berichten en geven blijk van een goed en lekker gevoel bij de kat. Deze feromonen kunnen waargenomen worden door een speciaal tweede reukorgaan bij de kat (orgaan van Jacobsen). Dit orgaan geeft prikkels af naar bepaalde hersencentra met invloed op sociaal, seksueel en voedingsgedrag van de kat.
Sproeien kan men duidelijk onderscheiden van plassen. Bij sproeien zal de kat eerst snuffelen en dan trappelen met de staart omhoog, trillend gericht plassen tegen een verticaal object. Nadien zal de kat niet krabben over de plasplek.
Bij plassen in de houding, rustig gehurkt plassen, zal de kat nadien krabben om wat grit over de plasplek heen te gooien.
Afwijkend sproeigedrag
- sluit steeds een ziekteprobleem zoals blaasontsteking uit
steriliseer, kastreer de poes of kater
ongekastreerde katers reageren sterk op hun omgeving en hebben een sterke sproeineiging tot wel 25x per uur. Ongesteriliseerde poezen sproeien tot 5x per uur. Na kastratie of sterilisatie zijn de problemen voor 90% opgelost.
Omgevingsinvloeden veranderen:
Hoe groter het aantal katten in een beschikbare ruimte hoe sterker het sproeigedrag. Poezen zijn op zicht verdraagzamer dan katers. Meestal zullen de problemen stijgen wanneer er meer dan 3 katten per gezin aanwezig zijn. Katten hebben steeds neiging hun territorium te vergroten en loeren dus steeds op andere, nieuwe ruimtes. Als bestaande ruimtes niet betreden mogen worden moet dit ook streng toegepast worden. Verwijder eventueel verwilderde buitenkatten. Zorg ervoor dat het gezichtsveld van binnenkatten via het raam naar buiten toe beperkt wordt (door bijvoorbeeld afplakken met folie). Zo beperken we het gezichtveld naar andere katten. Verminder eventueel het aantal binnenkatten of plaats een kat in een andere geïsoleerde ruimte. Maak de omgeving aantrekkelijk door het aanbrengen van allerlei kattenspeeltjes of het plaatsen van lege dozen met kijkgaten.
Laat een uitsluitend binnenkat eventueel buiten. Zorg voor aandacht voor de katten, zorg voor speelkwartiertjes enkele malen per dag en zorg oor een voedingsafhankelijk gedrag. Dit betekent dat de kat gedoseerd en van de eigenaar voeding in haar bakje krijgt, terwijl ze wat aangehaald wordt.
Schoonmaken
De plaatsen waar de kat gesproeid heeft moeten grondig schoongemaakt worden. Dit enkel met water en groene zeep of biotex. Geen ruikend schoonmaakmiddel anders krijgt de kat de indruk dat de eigenaar sproeit en zal ze dus nog meer gaan sproeien.
Nooit straffen
Fysiek de kat straffen (door slaan of schudden) heeft geen zin. De stress en angst bij de kat wordt groter en dus het sproeigedrag erger.
Medicijnen
Anti-stress, anti-angst medicijnen door de neiging tot sproeien sterk verminderen. Behandelde katten reageren vaak minder sterk op prikkels uit de omgeving, zijn verdraagzamer ten opzichte van soortgenoten. Deze medicijnen kunnen meestal na enkele maanden afgebouwd worden.
Feromonen
Gezichtsferomonen van katten kunnen we synthetisch namaken. Deze feromonen kunnen door middel van een spray of spopcontactverdamper, dit zijn F3 feromonen (= Feliway) in de omgeving gebracht worden. De aanwezigheid van feromonen verhoogt de angstdrempel van de kat, geeft een aangenaam gevoel, beïnvloedt het eetgedrag en maakt de kat verdraagzamer, verhoogt het onderzoeksgedrag in de omgeving. Kortom de kat voelt zich gelukkiger, waardoor de sproeineiging afneemt.
Plassen, ontlasting doen in de omgeving
In de natuur poept en plast de kat nooit op dezelfde plaats.
Daarom moeten er per kat 2 kattenbakken beschikbaar zijn. Deze kattenbakken moeten vaak schoongemaakt worden. Gebruik in de kattenbak geen reukstoffen, ook niet voor het schoonmaken. Verwijder eventueel de deksel van de kattenbak.
Laat het aantal bakken toenemen en herplaats de kattenbakken. Plaats de kattenbakken nooit dicht bij de eet- of slaapplaats. Is er eenmaal een door de kat goedgekeurde kattenbak op een voor de eigenaar ongunstige plaats dan kan de bak met kleine stapjes verplaatst worden.
Verander eventueel het kattenbakgrit.
Krabben
Een kat krabt in z’n omgeving om z’n nagels te scherpen, z’n territorium af te bakenen met visuele- en geursporen en als dominantie ten opzichte van andere katten.
Behandeling:
- Operatie: sterilisatie / kastratie
- Omgeving:
       buitenkatten verwijderen
       Aantal binnenkatten verminderen
       Gezichtsveld buitenkatten beperken
       Binnenkatten eventueel buiten laten
- Kattenkrabpaal plaatsen
- Antistress medicijnen
- Feromonen
Agressie katten
Dit kan zich uiten ten opzichte van katten onderling of ten opzichte van mensen. Agressie tussen katten vermindert na kastratie of sterilisatie.
Er zijn verschillende soorten agressie:
Angstgeïnduceerde agressie
Deze vorm van agressie kan ontstaan tussen katten onafhankelijk van geslacht of leeftijd. De katten zoeken elkaar niet actief op, maar bij toevallige confrontatie ontstaat een definitieve bange houding; oren achteruit, haren overeind en een gebogen, kromme houding en grote pupillen. Sterk geluid maken en afgeleide agressie naar een andere kat of mens zien we vaak. Dit type van agressie is vrij makkelijk te behandelen met anti-angst medicijnen, feromonen en voedseltherapie.
Territoriale agressie
Is de agressie door één specifieke, dominante kat, die herhaaldelijk een andere kat aanvalt. Er is sprake van een agressor en een slachtoffer. Dit gedrag ontwikkelt zich langzaam bij het seksueel volwassen worden van de kat. Dit probleem is zeer moeilijk op te lossen. Het kan nodig zijn beide katten permanent te scheiden of een kat elders te plaatsen.
Spelgeïnduceerde agressie
Deze tegen mensen gerichte agressie wordt vooral gezien bij aanwezigheid van één kat in een huisgezin. Vaak zijn dit jonge katten onder de leeftijd van 1 jaar. Deze agressie kan gericht zijn tegen één enkele persoon en wordt meestal geïnduceerd door handbeweging met reactie van de kat tot gevolg. Probeer het spelen van de hand te voorkomen en speel alleen met speelgoed (balletje, muis, touwtje) en doe dit verschillende malen per dag. Een korte maar niet pijnvolle straf (bijvoorbeeld met een plantenspuit) kan nodig zijn op het moment van de aanval.
Soms kan het nodig zijn de jonge kat buiten te laten spelen. Een extra kat aanschaffen van dezelfde leeftijd en een gelijksoortig temperament kan ook een oplossing zijn. TOP

 ADOBE Reader Download
Sitemap Strict HTML Valid CSS Disclaimer

Copyright © 2005, Dierenkliniek Hulst | Design: Dirk Aerts | Laatst gewijzigd op: 18.04.2017