Dierenkliniek Hulst
21 augustus 2017

De hamster



1. Inleiding

Van de familie der hamsterachtigen worden de Syrische goudhamster en de Chinese dwerghamster het meest als huisdier gehouden. De naam goudhamster kan verwarrend zijn omdat er meerdere kleurvariaties voorkomen. Karakteristiek voor de hamsters zijn de grote wangzakken die gebruikt worden voor transport van voedsel naar opslagplaatsen.
Het zijn holen en nachtdieren. Lage temperaturen en weinig licht leidt tot een winterslaap.
Ze bezitten 2 flankklieren die vooral bij de mannetjes sterk ontwikkeld zijn. Deze klieren spelen een rol bij territoriumafbakening en sexueel gedrag. De teelballen zijn bij de mannetjes goed zichtbaar en groot in verhouding met hun lichaam.
Het zijn solitair levende diertjes; meerdere hamsters samen is dan ook geen goed idee, ze vechten constant met elkaar. Nochtans zijn er mensen die zonder problemen een koppeltje houden. Hamsters zijn ook erg stressgevoelig. Het komt dan ook regelmatig voor dat zij reeds kort na de aanschaf ziek worden als gevolg van stress.
Hamsters zijn van nature nieuwsgierig en vriendelijk, daarom zijn ze geliefd als huisdier.
TOP

2. Huisvesting

Hamsters zijn grote gravers en knagers en de kooi moet dan ook regelmatig gecontroleerd worden op eventuele schade. Minimale kooiafmeting is 35 x 25 x 17,5 cm. Op de bodem liggen houtkrullen op kranten en in het hoekje waar de ontlasting wordt gedaan kan absorberend kattengrit worden gebruikt. Liever geen zaagsel, dit kan verstopping veroorzaken. De hamster bouwt graag nesten en hiervoor kunt U ze nestmateriaal geven, zoals hooi of houtwol. Om het diertje voldoende beweging te geven staat een looprad ter beschikking. Regelmatig een nieuw speeltje in de kooi zorgt voor veel plezier en houdt uw hamster attent. De kooi moet wekelijks worden schoongemaakt, waarbij rottend voedsel, wat door de hamster veelvuldig wordt opgeslagen wordt verwijderd.
TOP

3. Voeding

De hamster eet speciaal knaagdiervoer (knaagdierkorrels).Voorkom echter dat uw hamster te eenzijdig eet. Vooral zonnebloempitten vormen een echte lekkernij voor de hamster, maar deze bevatten naast veel vetstoffen erg weinig mineralen. Wanneer de hamster constant ruimschoots voldoende eten ter beschikking heeft, zal hij alleen dat uit z'n etensbakje eten wat hij het lekkers vindt en daardoor te weinig vitaminen en mineralen binnenkrijgen. Het is dus aan te raden uw hamster niet overmatig te voeden maar pas eten te geven als het bakje leeg is. Daarnaast kan als aanvulling of lekkernij groenvoer (gras, hooi, paardebloem), groente en fruit, brood, pinda's, rozijnen, noten, maÔs en knaagtakjes worden gegeven.
Zorg steeds voor voldoende hooi, dit gebruikt de hamster voor het afslijten van z'n tandjes en dit voorkomt tandproblemen.
Drinkwater wordt in een fles met nippel gegeven.
TOP

4. Ziekten en vaccinaties

Een gezonde hamster is snel actief na het wakker worden , heeft schone heldere ogen ,een droge en schone neus en bek, korte nagels en tanden ,een glanzende, gladde vacht en loopt normaal. Bij afwijkingen kunt u de dierenkliniek raadplegen.
Bij hamsters groeien de tanden levenslang door. Controleer daarom regelmatig het gebit.
De talgklieren zijn vooral bij de mannetjes duidelijk zichtbaar als donkere vlekken.
Hamsters kunnen bij temperatuurdaling plots in winterslaap gaan. Ze lijken dan dood, maar bij goed kijken zie je ze heel langzaam ademen. Verwarm de hamster geleidelijk door hem in een warme omgeving te brengen zodat hij weer wakker wordt.
Vaak voorkomende ziekten:
Wet tail disease:
Dit is een aandoening die bij jonge hamsters regelmatig voorkomt. Het eerste wat opvalt is een natte staart, veroorzaakt door erge, waterig diarree (darmontsteking). Deze bacteriŽle infectie kan fataal zijn en moet dan ook "agressief" behandeld worden met antibiotica en zoutoplossing. Aarzel dus niet om langs te gaan bij dierenarts. De aandoening is te voorkomen door overbevolking en plotse voederveranderingen te vermijden.
Diarree:
Dit is het meest voorkomende probleem bij de hamster. Gelukkig is niet elke diarree een uiting van Wet Tail Disease! Vaak kan het probleem worden opgelost door wat licht verteerbaar voer te geven en het groenvoeder even achterwege te laten tot de hamster weer beter is.
Longontsteking:
Er bestaat een beetje onenigheid over het al dan niet voorkomen van longontsteking bij de hamster. Feit is dat veel laboratoriumhamsters er aan lijden. Ook dit es een bacteriŽle infectie die regelmatig slecht afloopt. Een snelle diagnose en een vlugge behandeling zijn dan ook noodzakelijk. Als de eigenaar merkt u de plakkerige oogjes, frequent niezen of kortademigheid en een slechte conditie op.
Hartziekte:
Oudere hamsters (meer dan 1.5 jaar) kunnen wel eens aan hartziekte lijden. Ze zijn dan kortademig, hebben koude pootjes, willen niet meer eten en zijn lusteloos. Soms hebben ze een blauwe schijn op hun lipjes en in hun oortjes. De behandeling van deze aandoening is vooral symptomatisch; de ziekt wordt dus niet genezen. Vaak sterven hamsters met een dergelijke aandoening uiteindelijk aan een bloedklonter in het hart.
Uitpuilende oogjes:
Dit komt regelmatig voor bij de hamster. Soms wordt het veroorzaakt door een infectie of een trauma, maar soms gewoon door het oppakken van het diertje tegen zijn zin. Wanneer de hamster vroeg genoeg behandeld wordt, is de prognose redelijk gunstig.
Vaccinaties zijn bij de hamster niet nodig.
TOP

5. Diersoortgegevens en voortplanting

  - Leeftijd: 2-3 jaar
  - Geslachtsrijpheid: 4-7 weken
  - Draagtijd: 15-22 dagen
  - Speenleeftijd: 2-3 weken
  - Nestgrootte: 5-8
  - Oogjes open: 14-15 dagen
Hamsters kunnen worden gedekt vanaf een leeftijd van drie maanden. Ze hebben om de vier dagen een vruchtbare periode. Als een mannetje bij een vrouwtje wordt geplaatst, houd de dieren dan goed in het oog om er op tijd bij te zijn als ze gaan vechten. Als het vrouwtje drachtig is kan het mannetje beter uit de kooi verwijderd worden. Als het vrouwtje heeft geworpen moet het zoveel mogelijk met rust worden gelaten, anders gaat ze slepen met de jongen in de wangzakken en kunnen deze stikken. Ook kan het opeten van de jongen optreden in een onrustige omgeving. Het bijvoeren van het vrouwtje met meelwormen of stukjes vlees kan helpen dit te voorkomen. Probeer vlak voor de geboorte de kooi te verschonen en doe dit pas weer als de jongen 3 weken oud zijn.
TOP

 ADOBE Reader Download
Sitemap Strict HTML Valid CSS Disclaimer

Copyright © 2005, Dierenkliniek Hulst | Design: Dirk Aerts | Laatst gewijzigd op: 18.04.2017